Sinds de Indonesische overname van West-Papoea, Irian Jaya, in 1969 heeft een deel van de Melanesische bevolking zich daar tegen verzet. Vele duizenden Papoea's zijn de grens over gevlucht naar Papua New Guinea (het onafhankelijke, voormalig Australische, deel van het eiland) voor het Indonesische geweld en de razzia's. De regering van PNG kan zich echter geen grensconflict met de militaire overmacht van Indonesië permitteren, en zit met de vluchtelingen in hun maag. Er zijn vluchtelingenkampen bij Vanimo (Blackwater), in West-Sepik (Kamberatoro en Green River) en in de Western Province (ongeveer 10). PNG geeft (beperkt) hulp aan de vluchtelingen, maar beschouwt ze als illegaal.
In totaal verblijven ongeveer 15.000 vluchtelingen in kampen net over de grens. Ze verkeren in erbarmelijke omstandigheden, doordat ze geen verblijfsvergunning krijgen.
"Het kamp net buiten Vanimo biedt ook in de middagzon een troosteloze aanblik. Rondom een open plek in het midden van een kamp hebben de vluchtelingen hutten gebouwd van afvalhout van een nabijgelegen houtzagerij. De daken zijn van palmblad of blauw zeil. Er lopen opvallend veel kinderen rond." schrijft Vien Sawor in de West Papoea Courier.
Ook vluchtelingenkampen in Papua New Guinea, worden ondersteund door Stichting Usdatara.
SORONG - JAYAPURA - STUDENTEN - BIAK - VLUCHTELINGEN - WAMENA
|